192& tarief brieven 1811 Zwolle-Breda en Zwolle-Laer?

Vraag van Gerard van Welie:
In mijn verzameling heb ik diverse brieven uit Zwolle uit de Franse tijd. Van een tweetal, verzonden over een wat grotere afstand, is mij onduidelijk hoe het tarief is bepaald.

De eerste is van Zwolle naar Breda, een afstand van zo´n 160 km, van 4 november 1811. Deze is getaxeerd met “4” in zwart. Volgens de Franse tabel is het tarief in de laagste tariefklasse over een afstand tussen 100 en 200 km 4 décimes. Dit zou dus kloppen.
Giphart en Delbeke melden echter in hun publicaties dat hier te lande vanaf april 1811 niet de Franse tarieven en afstandsprogressie maar de Nederlandse van 1807 gehandhaafd bleven. Alleen de gewichtsprogressie werd conform de Franse voorschriften aangepast. Dan zou het tarief voor een afstand tussen 20 en 35 uur gaans (a 4,55 km) 5 stuiver en niet 4 décime ofwel 8 stuiver zijn. Klopt de stelling van bovengenoemde heren niet? Delbeke meldt wel dat anderen zijn mening niet volgen. maar:

mijn andere brief geeft het tegendeel:

Deze is verzonden van Zwolle naar Laer bij Osnabrück op 28 april 1812 en getaxeerd met “6” in zwart. Deze complete brief weegt 4 gram en is dus van de eerste gewichtsklasse, tot 6 gram..
Laer ligt zo´n 150 km van Zwolle, dan zou het tarief volgens de Franse gewichtsprogressie net als de vorige brief 4 décime zijn.
We kunnen ook via Osnabrück gaan, dat is tegenwoordig sneller over de snelweg maar vroeer niet, dan is de afstand meer dan 200 km en zou het tarief (200-300 km, 1e gewichtsklasse tot 6 gram) 5 décime zijn. Ik kom niet aan 6.
Nemen we echter de Nederlandse tabel van 1807 dan is het tarief voor de eerste gewichtsklasse bij 35-50 uur gaans 6 stuiver. Hier lijkt de laatste tabel te zijn gebruikt.

Welk systeem was in die tijd nu van toepassing, de Franse van 1811 of toch nog steeds de Nederlandse van 1807? Waarom is hier verschillend gehandeld? Of zie ik het verkeerd?

Reactie:
Twee brieven van Zwolle naar respectievelijk Breda en (Bad) Laer.
Op 1 april 1811 werden de Franse postwetten toegepast op de brievenposterij van de groep departementen die grotendeels hadden behoord tot het Koninkrijk Holland. Deze groep “Hollandse departementen” werd vanuit de centrale postdienst in Parijs als een administratief geheel gezien. Voor deze groep zat de Adminstratie der Brievenposterij in Amsterdam.
In de Algemene Instructie van 1810 werd de postafhandeling tot in detail beschreven.
In artikel 1 van het voorbericht staat:
Ten aanzien van de taxe: De Franse postwetten van 9 Mei en 10 December worden toegepast.
De theoretische achtergrond laat geen twijfel bestaan. De uitvoering in de praktijk evenmin. Postambtenaren waren zeer nauwkeurig in de uitvoering van de Franse posttarieven. De analyse van de brief naar Breda is correct. Giphart en Delbeke hebben geen brieven laten zien waaruit het tegendeel is gebleken.

De tweede brief lijkt een andere theorie open te laten. Maar…. is het zo dat de complete brief nú 4 gram weegt of is dat een vaststelling van 1812? Linksboven is geen gewichtsnotitie aangegeven. En de Hollandse tabel van de tarieven van 1807 was zeker niet van toepassing in Laer, want Laer lag niet in het Koninkrijk Holland. In 1812 hoorde Laer bij Frankrijk bij het Departement van de Ems Superieur, nummer 130. Maar er was ter plaatse nog geen postkantoor. Osnabrück had wel een postkantoor in datzelfde departement. De route vanuit Zwolle liep niet meer langs Oldenzaal naar Lingen met een aftakking naar Osnabrück, zoals tijdens het Amsterdamse Hamburger rit. In 1810 was het Hamburger rit niet meer in werking.

Voor Zwolle veranderde er toen ook iets: de route liep naar Arnhem, via Emmerik, Wesel en Dorsten naar Osnabrück. Vanaf het postkantoor Osnabrück moest de brief naar Laer. Bepalend was de werkelijke postritafstand van Zwolle naar Osnabrück. Dat was toen waarschijnlijk ruim 300 km. Daar hoorde 6 decimes als het juiste tarief bij. Wanneer de afstand tussen 200 en 300 km zou zijn geweest, was het tarief bij een brief van 4 gram 5 decimes, maar bij een gewicht van 6 gram tot 8 gram 5+1 = 6 decimes. Ik sluit dat laatste niet uit, bij eventueel gebruik van een lakzegel. Al heeft de postambtenaar in dat geval verzuimd het gewicht linksboven op te schrijven. Vanaf het postkantoor Osnabrück moest de brief door de plattelandspost nog naar Laer gebracht worden. Ik ben overigens heel benieuwd naar echte voorbeelden van de theorie van Giphart en Delbeke. Graag zou ik die toetsen aan de Franse portregels.
Hotze Wiersma