218& kwitantie 1894 waarom 5 ct. nr. 35 i.p.v. kwitantiezegel?

Vraag van Hans Kremer:

Als bewijs van betaling werd er vroeger een kwitantiezegel op een betaalde kwitantie aangebracht. Hier echter hebben we te maken met een kwitantie voor fl 3,25 uit 1894, waar niet een kwitantiezegel, maar een gewone 5 cent Wilhelmina postzegel op zit. De postzegel is afgestempeld met een kleinrondstempel Amsterdam op 2 october 1894. Op de achterkant, die verder totaal blank is, staat een kleinrond aankomststempel Haarlem van 3 october 10-12 N. Is deze kwitantie via de post gegaan, en indien zo moeten we ervan uitgaan dat de PTT genoeg had aan W.H. Doets (?) te Haarlem om hem af te leveren? En waarom geen kwitantiezegel?

Reactie:
Bij de Postwet van 1870 was de mogelijkheid ingesteld om inning van kwitanties tot een bedrag van 150 gulden te laten geschieden door de Posterijen. Het kwitantierecht bedroeg 10 cent per 10 gulden te innen bedrag. Het recht moest worden voldaan door het bedrag aan postzegels op het postkantoor waar de kwitantie werd aangeboden op de kwitantie te plakken en tot 1 april 1892 direct af te stempelen met het puntstempel. Vanaf 1 april 1892 moest de afstempeling met het dagtekenstempel geschieden. Als het te innen bedrag groter was dan 10 gulden was er tevens een fiscaalrecht verschuldigd, dat aanvankelijk met blauwe stempels, later met fiscaalzegels op de kwitantie werd aangegeven. Vanaf 1 april 1892 werd het tarief voor het innen van kwitanties verlaagd naar 5 cent, op dat moment nog te voldoen via een postzegel op de kwitantie.

Vanaf 15 juni 1896 werd het kwitantierecht niet meer verantwoord door de zegel op de kwitantie te plakken, maar op een bij de (meestal meerdere) kwitantie(s) behorende borderel voor het totaalbedrag van het kwitantierecht. Echter de fiscaalzegels bij bedragen groter dan 10 gulden moesten nog wel op de kwitantie worden geplakt. De post zorgde voor bezorging en inning van de kwitantie en had in dit geval voldoende aan de gebruikte naam en plaats om de kwitantie te innen. Het kleinrondstempel Haarlem werd geplaatst bij aankomst voordat de kwitantie werd geïnd. Omdat het bedrag van de kwitantie lager dan 10 gulden was, is er geen fiscaalzegel aanwezig en omdat de kwitantie tussen 1 april 1892 en 15 juni 1896 is geïnd, zit er een postzegel op die met het kleinrondstempel is afgestempeld.
Harrie Jans