PHS 31 – NL censuur WO I

Posthistorische Studie nr. 31

John Dehé en Fons Simons, ‘Een zaak van landsbelang’. Nederlandse postcensuur in de Eerste Wereldoorlog

Door omstandigheden heeft Po & Po in 2014 maar liefst drie Posthistorische Studies uitgegeven. Daar maken we geen gewoonte van: in de toekomst kunnen onze leden weer rekenen op één Posthistorische Studie en  twee nummers van De Postzak per jaar.

Posthistorische Studie 31 past uitstekend in de reeks. Het is een serieuze  studie naar een klein, maar fascinerend onderdeel van de Nederlandse postgeschiedenis. Auteurs John Dehé en Fons Simons hebben uitgebreid archiefonderzoek gedaan naar de regelgeving rond de postcensuur en naar de toepassing van die censuur in de praktijk. Op basis daarvan vertellen ze hun verhaal, uiteraard ruim geïllustreerd met afbeeldingen van documenten en poststukken. Het boek bevat daarnaast een inventarisatie van alle bekende censuurstempels en –stroken (Hoofdstuk 9).

Aan het neutrale Nederland gingen de oorlogshandelingen van de Eerste Wereldoorlog voorbij. Maar in hun dagelijks leven merkten veel Nederlanders wel degelijk de gevolgen van de strijd. Belgische vluchtelingen die de grens overkwamen, buitenlandse militairen die geïnterneerd moesten worden en een teruglopende economie als gevolg van handelsbeperkingen. Voor sommigen kwam daar nog wat bij: censuur op hun post (maar ook op telegraaf- en telefoonverkeer).

In gebieden waar de staat van beleg ingesteld was (voornamelijk langs de grenzen) werden militairen aangesteld om op de postkantoren toezicht te houden op het postverkeer. Post van en naar het buitenland kon door hen geopend, gelezen en in beslag genomen worden. Maar ook binnenlandse post, speciaal die van personen en bedrijven op de zogeheten ‘zwarte lijsten’, werd gecontroleerd.

Met het instellen van censuur hoopte de overheid een aantal doelen te bereiken. Men wilde  militaire informatie achterhalen, bijvoorbeeld over  buitenlandse troepenbewegingen. Omgekeerd moest   voorkomen worden dat Nederlandse militaire geheimen  naar het buitenland uitlekten. De Nederlandse neutraliteit diende beschermd te worden door het tegenhouden van geschriften die één van de strijdende partijen onwelgevallig zouden zijn. En  – niet in de laatste plaats – er werd gejaagd op zwarthandelaren en smokkelaars.

De censuur had in de eerste maanden een wat willekeurig en amateuristisch karakter. Later werd de uitvoering meer gestandaardiseerd. Of alle inspanningen veel effect gehad hebben, is niet helemaal duidelijk. Maar voor filatelisten is het fascinerend wat  die censuur heeft achtergelaten aan stempels en stroken op poststukken.

—–

Hieronder vindt u, in twee bijlagen, een deel van de inhoud van het boek, opdat u zich daar een indruk van kunt vormen.

PHS 31 Voorwerk.

PHS 31 Fragment Hoofdstuk 9.

Dit boek is nog voorradig. Voor prijs en hoe te verkrijgen zie het Overzicht publicaties.