PHS 32 - ZL brievenposterij

Posthistorische Studie nr. 32

Kees de Baar, De Zeeuwse brievenposterij. 'Postvoorzieningen voor de koopman'
 

Uit de inleiding van Posthistorische Studie 32:

De postgeschiedenis van Zeeland is alleen te begrijpen tegen de achtergrond van de ontwikkeling van Zeeland tot een soeverein handelsgewest, onafhankelijk van Holland en van de Zuidelijke Nederlanden. Daarbij is de ontwikkeling van Middelburg tot dominante handelsstad, gelegen tussen de handelsmetropolen Antwerpen en Amsterdam, bepalend geweest. (…)

Er is tijdens de ontwikkeling tot Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden in Zeeland nooit een gevoel ontstaan Nederlander te zijn, ook niet na de Vrede van Münster die in 1648 met Spanje werd gesloten. (…) De bindende factoren in de verhouding tussen Zeeland en de andere gewesten waren de dominante Calvinistische godsdienst en het huis van Oranje. De autochtone inwoners voelden zich Zeeuw en bleven daarbij meer op Vlaanderen dan op Holland gericht. (…) De Hollanders werden ervaren als handelsconcurrenten, waarmee alleen in oorlogstijd samenwerking mogelijk was. En zelfs dan bleven er tegenstellingen, omdat de Hollandse kooplieden ook in oorlogstijd vrije handel bleven nastreven. De Zeeuwen kozen, met Spaanse of Franse belagers aan de grens, toch eerder voor een handelsverbod en voor kaapvaart om de vijand economische schade te berokkenen. (…)

Het eerste deel van het boek schetst de ontwikkeling van Zeeland tot soeverein handelsgewest, samenwerkend met Holland waar nodig, maar tegenwerkend waar mogelijk. Zeeland was in de grafelijke tijd al een handelsgewest aan de monding van de Schelde, de toegang tot de Vlaamse handelssteden Gent en Brugge en tot Antwerpen. In die tijd was er eigenlijk alleen sprake van doorvoerhandel. Antwerpen was de stapelmarkt tussen Zuid-, Noord- en Oost-Europa, waarbij Zierikzee en de steden op Walcheren als voorhavens fungeerden. (…)

In het tweede deel wordt de ontwikkeling beschreven van Zeeland als handelsgewest na de grafelijke tijd, met de overgang van passieve doorvoerhandel naar actieve handel binnen en buiten Europa. Specifiek gaat het daarbij om de ontwikkeling van Middelburg tot dominant handelscentrum en het achterblijven van de andere steden als handelssteden. (…) In het tweede deel wordt specifiek aandacht besteed aan de handelsvoorzieningen ten behoeve van de kooplieden, die door de stedelijke overheden werden gerealiseerd, waaronder de stedelijke postvoorzieningen. (…) Getoond en beschreven wordt hoe de kooplieden hun brieven verzonden en ontvingen. In dit deel komt ook de speciale postvoorziening van de Verenigde Oostindische en van de Generale Westindische Compagnie aan de orde. (…)

In het derde deel worden de stedelijke postvoorzieningen beschreven. Alle steden hebben gebruik gemaakt van beurtschippers en koopmansboden voor het briefvervoer van de kooplieden. (…) De koopmansboden die van en naar de Zeeuwse steden reisden, deden dat met behulp van de beurtschepen, het openbaar vervoer tussen de eilanden en naar het vaste land. Daardoor ontstond ook een unieke verwevenheid tussen beurtvaart en bodeschappen, waarbij de beurtschipper soms ook de functie van koopmansbode had. (…) Tot de stedelijke voorzieningen behoorde ook de oprichting van postkantoren, wanneer het verkeer van koopmansboden stedelijke regelingen gewenst of noodzakelijk maakte. (…)  Postkantoren werden daar pas gerealiseerd bij het tot stand komen van de gewestelijke postorganisatie, de Zeeuwse Landpost. (…)

In deel 4 worden de postroutes van en naar Middelburg beschreven. (…) Middelburg sloot contracten af met de grote handelssteden Amsterdam, Antwerpen, Gent en Brugge en met de Europese postorganisatie van Thurn & Taxis. De Europese postorganisatie erkende daardoor alleen het postkantoor van Middelburg als postkantoor voor Zeeland en leidde alle buitenlandse post met bestemming Zeeland naar Middelburg. De Middelburgse postmeester ging zich postmeester-generaal van Zeeland noemen, ondanks de bezwaren van vooral Vlissingen.

Postmeester Le Jeune van Steenbergen nam in 1734 het initiatief voor een gewestelijke organisatie van de brievenposterij, waarbij de Zeeuwse briefpost over Steenbergen naar Holland en Staats-Brabant zou worden vervoerd. Het duurde tot 1746 voor hij die postorganisatie gerealiseerd had. In deel vijf komt deze gewestelijke postorganisatie aan de orde, de Zeeuwse Landpost genoemd, waarbij uiteindelijk alle Zeeuwse steden betrokken werden. (…) De postroute werd gereden door postrijders die over de eilanden met behulp van overzetveren de brieven van en naar het uitwisselingskantoor Steenbergen brachten voor verder vervoer. (…)

Opmerkelijk is dat postmeester Jacques Le Jeune (…) vervolgens gevraagd werd te helpen met het tot stand brengen van een gewestelijke postorganisatie in Holland. (…) Die gewestelijke postorganisatie, de Hollandse Statenpost genoemd, kwam in 1752 tot stand. (…) Opvallend ook was dat in beide nieuwe postorganisaties de belangrijkste stad in het begin niet wilde meewerken en probeerde de eigen onafhankelijke positie te handhaven. In Holland gold dat voor Amsterdam, in Zeeland voor Middelburg, waarbij beide steden, met een goede onderlinge stedelijke postverbinding elkaar zoveel mogelijk probeerden te steunen.

Het tot stand komen van de Bataafse Republiek in januari 1795 leidde tot nationalisatie van de brievenposterij. (…) Op 15 januari 1799 werden de posterijen in de Bataafse Republiek nationaal verklaard. De ontwikkeling van de nationale brievenposterij vond plaats in de laatste jaren van de Bataafse Republiek. Zeeland was toen al zijn zelfstandigheid als gewest kwijt. 

-----

Hieronder vindt u, in twee bijlagen, een deel van de inhoud van het boek, opdat u zich daar een indruk van kunt vormen.

Dit boek is nog voorradig. Voor prijs en hoe te verkrijgen zie het Overzicht publicaties.